Agrobiodiversiteit in het onderwijs (Rigo project)
Natuurlijke vijanden uit bloemrijke akkerranden kunnen helpen bij de bestrijding van ziekten en plagen. DLV Plant en PPO voerden in samenwerking met CAH, Groenhorst College en LTO Noord het rigo-project 'Vriend en vijand uit'
Uit proeven die DLV plant in samenwerking met PPO uitvoerde, blijkt dat je minder insecticiden nodig hebt. Functionele agrobiodiversiteit (FAB) kan zo bijdragen aan duurzame landbouw. Met dat idee startten DLV Plant en PPO in in 2006 in samenwerking met LTO Noord, CAH Dronten (hao) en Groenhorst College Emmeloord (mbo) het project ‘Vriend en vijand’. Doel van dit rigo-project, dat deels door het ministerie van LNV wordt gefinancierd is de opbouw van kennis bij zowel onderzoekers, ondernemers als het onderwijs.
Studenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool verrichten, samen met leerlingen van het Groenhorstcollege, inventarisaties en tellingen. Na analyse koppelen ze de resultaten terug naar de ondernemers en zorgen ze voor publicatie in de landelijke pers. De onderwijsinstellingen werken aan lesmateriaal dat ook beschikbaar is voor andere onderwijsinstellingen. Dat was het idee.
Afgelopen twee jaren hebben de scholen ervaring opgedaan. Veel studenten maakten voor het eerst echt kennis met fab. Voor dat dit project startte, maakten studenten soms kennis met fab-projecten tijdens excursies. “Eigenlijk besteedden we er niet veel aandacht aan,” vertelt CAH docent Michiel Drok. Toch vond hij het belangrijk: Drok: “Voor ons is het belangrijk dat we de studenten opvoeden met het idee ‘het kan ook anders’. We kunnen dat nu ook laten zien, plus: we kunnen het verhaal van de boer erbij vertellen. En dan komt het echt aan.”
Vanaf het moment dat het project startte, bezochten studenten bedrijven. Ze praatten met boeren, verzamelen insecten, inventariseerden en telden. Ze leerden natuurlijke vijanden herkennen zoals de gaas- en zweefvlieg en het lieveheersbeestje.
Aanvankelijk waren studenten soms sceptisch, vertellen de docenten. Mbo-docent Hendrik Schouwenaar vertelt dat leerlingen in het begin nogal negatief reageren als het om FAB gaat. Ze denken aan biologische boeren en daar moeten ze niet zoveel van hebben. “Met dit project willen we meer begrip kweken. En dat is redelijk gelukt. Ik zie echt een verandering bijleerlingen.”
PPO en DLV verzorgden voor de scholen onder gastcolleges. Olaf van Campen van DLV vertelt dat de reacties van de studenten varieerden van heel enthousiast tot heel sceptisch. Maar doordat de leerlingen bedrijven hebben bezocht verdwijnen de vooroordelen.” De studenten uit Dronten hebben zelf twee keer waarnemingen in de bloemstroken verricht. Zo konden ze zien welke bloemmengsels de meeste nuttige insecten trekt. Met die gegevens maakten ze een optimaliseringplan voor een bedrijf: wat voor mengsel past het beste bij dit bedrijf? CAH student Martin Mourik: “Het leek er inderdaad op dat de strook die we inventariseerden meer insecten aantrok door de bloemen.” Studenten zien dus met eigen ogen dat het effect heeft. En dat verandert hun blik.
In Emmeloord liet docent Hendrik Schouwenaar van het Groenhorst College de mbo-leerlingen de deelnemende boeren interviewen: waarom doen ze mee? Wat zien ze als voor- en nadelen? Voor een andere opdracht inventariseerden de leerlingen een vierkante meter
bloemenrand. Wat zit daar aan beestjes? Schouwenaar: “Zo leren ze de beestjes kennen en krijgen besef van wat er allemaal huist.”
Het project, dat inmiddels is afgerond heeft veel lesmateriaal opgeleverd. In 2008 organiseerden de initiatiefnemers met de studenten een studiedag. Deelnemers konden kennismaken met vangtechnieken, natuurlijke vijanden en studiemateriaal.
Lesmateriaal is te vinden op http://tinyurl.com/vriendenvijand (toegankelijk met een Livelink-account).